Thuiswerken: een recht of een gunst?

Flexibel werken is hip en happening. Steeds meer werkgevers bieden hun werknemers de mogelijkheid om de tijdstippen waarop wordt gewerkt – binnen bepaalde marges – zelf in te delen. Ook verdwijnen vaste werkplekken op kantoor. In plaats daarvan kan de werknemer elke dag opnieuw bekijken waar plaats is en kiezen waar hij zijn werk uitvoert. In diezelfde lijn wordt er ook steeds meer door werknemers gewerkt vanuit huis.

Maar hoe zit dat precies? Heeft de werknemer recht op een thuiswerkdag of is het slechts een gunst van de werkgever?

Een werknemer heeft géén in de wet verankerd recht op een thuiswerkdag.

Sinds januari 2016 is de Wet aanpassing arbeidsduur uitgebreid met bepalingen over de aanpassing van de arbeidsplaats. Een werknemer kan bij de werkgever een verzoek indienen om zijn arbeidsplaats – al dan niet tijdelijk – aan te passen. De arbeidsplaats kan bijvoorbeeld worden aangepast naar het huis van de werknemer.

De werkgever die van een werknemer een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats ontvangt, is verplicht hierover met die werknemer in overleg te treden. Na overleg moet de werkgever het verzoek overwegen en een beslissing nemen. De beslissing moet door de werkgever op papier worden gezet en kan dus inhouden dat de werknemer niet vanuit huis mag werken.

De Wet aanpassing arbeidsduur regelt ook hoe de werkgever moet omgaan met verzoeken van de werknemer die zien op aanpassing van zijn werktijden en het vermeerderen of verminderen van het aantal uren dat per week wordt gewerkt. In al deze gevallen moet de werkgever het verzoek van de werknemer honoreren, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang daaraan in de weg staat. Dat criterium geldt niet ten aanzien van een thuiswerkverzoek.

Kort en goed: thuiswerken is in beginsel een gunst. Uiteraard zijn er gevallen denkbaar waarin kan worden gesproken van een recht, maar dat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neemt u dan contact op met een van de advocaten van de sectie arbeidsrecht.

Gepubliceerd op 9 augustus 2017

De heer mr. R.J. (Roy) van Wolferen